woensdag 26 januari 2011

OPINIESTUK MEDIA & MAATSCHAPPIJ - WEEK 03

ANGSTZAAIERS. OP NAAR DE VOLGENDE.
Pas op voor alles wat een hoofddoek draagt, want je weet niet half hoeveel gevaar je loopt! Blijf binnen en hou ramen en deuren gesloten, de Mexicaanse griep is weer in aantocht! Zorg voor een oppas aan huis en hou je kroost ver bij de Amsterdamse kinderdagverblijven vandaan! Het moge duidelijk zijn, we leven in een onveilig land. Of beter gezegd in een onveilige wereld. Een wereld van terroristen, verkrachters, overvallers en loverboys. Aanslagen, oplichting, moorden en misbruik. Mohammed B., Volkert van der G., Lucia de B. en Robert M. Je zou bijna je familie kidnappen en vastbinden in de kelder, al is het maar om ze te beschermen tegen al dat kwaad.
Tenminste.. als we de media moeten geloven. Want dag in dag uit worden we via radio, tv en krant om de oren geslagen met al het vreselijks om ons heen. Pak een willekeurig dagblad en lees de kop op de voorpagina. Of neem eens een minuutje de tijd voor de opening van het acht uur journaal. Het valt niet te ontkennen; het overgrote deel van de nieuwsberichten draait om de wantoestanden om ons heen. Kan dat niet anders?
Dat de aanwezigheid van slecht nieuws de boventoon voert valt te verklaren. De aandacht die wij schenken aan een negatief of verontrustend item is groter dan bij positief nieuws. Maar doordat het binnen de nieuwsmedia om niets anders draait dan kijkcijfers en oplagen, is het kommer en kwel dat de klok slaat. Ik kan me nog een Marga van Praag herinneren die het jaren geleden amper over de lippen kreeg; “Het gaat slecht met de huismus!”. Moet je nagaan hoe lang slecht nieuws met zo’n hoog Oh My God-gehalte blijft hangen. Waardeloos! En zelfs wanneer de NOS het bulletin afsluit met een licht verteerbaar stukje repo over wie zich vanaf vandaag tot de oudste mens ter wereld mag kronen, krijgen we beelden te zien van een kreunend hoopje vel op wielen. Leuk!
Ongeacht dat de mens beter is in het onthouden van slecht nieuws, ben ik ervan overtuigd dat het de nieuwsinstanties zijn die ons een onnodige overdosis angst toedienen. Bam! Met z’n allen er bovenop. Niet de waarde van het nieuws, maar de snelheid waarin we het brengen is van belang. En des te groter de spanning, hoe blijer we worden! Zolang we maar eerder zijn dan de concurrent. “Brand in Moerdijk? Rennen!”. “Is het hier wel veilig of loopt de volksgezondheid gevaar?”, “Nee, niks aan de hand! Dat zegt de brandweerman.”.  “Hé, daar is de bus van de Tweede Kamer!”, “Ze blijven allemaal binnen. Geen gevaar voor de volksgezondheid, toch?”, “Oh! Treedt de burgemeester nu ook nog af? Yes!”. “Maar wacht! Er is beter nieuws! Richting Zwijndrecht, met z’n allen.”. “Gaan we met trein?”, “Nee, onverstandig!” Als een kip zonder kop, met z’n allen er achter aan. Tok tok tok!
De sensatie die het slechte nieuws ons levert is vaak van korte duur. Gelukkig, zou je denken. Maar er gaat geen dag voorbij of er komt wel weer een nieuw schandaal aan het licht. En dan bouwen we ’t circus van voor af aan weer op. Misschien toch verstandiger je familie niet ondergronds op te sluiten. Tenzij je graag op de voorpagina belandt.

woensdag 5 januari 2011

REACTION PAPER - WEEK 02

MIJN DIGITAL LIFE
Je houdt ervan of je haat het.. Social media. Tijdens het hoorcollege wordt gehyved. Politici twitteren er op los. Op kantoor wordt meer gefacebooked dan gewerkt. YouTube, LinkedIn, MySpace en ga zo maar door. Social media zijn er altijd en overal. Gezamenlijk zijn ze voor een groot aantal wereldburgers verantwoordelijk voor uren aan online tijdverdrijf. Facebook heeft in de Verenigde Staten koploper Google van zijn troon gestoten en werd de meest bezochte website in 2010¹. In ons eigen land is de smoelensite het afgelopen jaar gegroeid met vijftig procent aan nieuwe profielen. En ondanks dat zijn oranje polderversie dit jaar tevreden moest zijn met drie procent minder bezoekers dan 2009, hebben ook de kornuiten van Hyves opnieuw groot succes en met acht miljoen unieke profielen nog steeds bijna de helft van alle Hollanders in hun greep². Ik ben iemand die een hekel heeft aan social media. Of beter geformuleerd; ik haat het zelfs. En niet zomaar haat. Nee, ik haat het uit de grond van m’n hart.. Omdat ik, net als honderdduizenden anderen wereldwijd, keihard verslaafd ben aan mijn digital life.
De opkomst in sociale media begon voor mij zo’n vijf jaar geleden. Het was in de zomer van 2005 toen ik mijn eigen Hyves-pagina lanceerde. Maar digitalisering van oude media vond al lang voor mijn verhyving plaats. In het najaar van 1999 was RTL een van de eerste die via livestreaming Big Brother’s Bart, Ruud en Bianca niet langer alleen via de beeldbuis onze woonkamer binnenknalde. De uit de samenleving gerukte hoofdrolspelers konden tegen een kleine vergoeding door jan en alleman dag in dag uit worden bespied. Een knaller van een succes voor tv-baas John. In rap tempo volgden andere media. Er werd meer en meer geëxperimenteerd met de eindeloze mogelijkheden op het gebied van online media. Archieven werden gedigitaliseerd, live-uitzendingen kwamen via desk- of laptop beschikbaar en ook radio ging het web op. Terugkeren naar de tijd waarin alleen IT-nerds met een toetsenbord overweg konden is inmiddels ondenkbaar.
De mate waarin digitalisering zich in ons dagelijks leven heeft genesteld is iets waar veel mensen waarschijnlijk niet of nauwelijks bij stilstaan. Het lijkt langzaamaan door te dringen als een van de belangrijkste levensbehoeften, ondanks dat het belang ervan aan velen voorbij gaat. Een leven zonder eten, drinken en slapen bestaat niet. Maar kunnen we vroeg of laat überhaupt nog wel zonder internet, smartphone, tablet, GPS of OV Chipcard?
Alle mogelijkheden die de digitalisering van diensten en producten om ons heen met zich mee heeft gebracht, kennen veel voorbeelden welke op het eerste gezicht als prettig en positief worden ervaren. Zo was er in de startfase van de OV chipcard nogal wat te klagen over de veiligheid, privacy en fraudegevoeligheid van de nieuwe pas. Waarom veranderen als het oude prima werkt? Maar hoe makkelijk is het nu dat zowel de reiziger als de treinconducteur of buschauffeur niet meer hoeft te rekenen. Niet ieder kwartier meer het klokje op zijn stempel hoeft bij te stellen. Niet meer naar de supermarkt voor een strippenkaart of onnodig een duurder kaartje kopen in het openbaar vervoer. Nee, opladen, inchecken, uitchecken en klaar ermee! Of voorin inchecken en achterin meteen weer uit. In de bus of tram, op treinstation of in de supermarkt.. Simpelweg overal. Een ander voorbeeld. Hoe klein wordt de wereld als ik mijn Spaanse amigos voor niets kan spreken en zien via Skype, MSN of Facebook. Een vliegticket is niet langer nodig. Hoge telefoontarieven overigens ook niet. Uit het oog, uit het hart is er niet langer bij. Opnieuw mogelijk gemaakt dankzij digitalisering! En nog eentje dan; de foto’s uit mijn kindertijd liggen verkleurd en verstoft in een oud, vies en loodzwaar plakboek ergens in een kast boven op zolder. Een boek waar ook foto’s in zijn geplakt van mijn broer en zus, mijn nichtjes en mijn vrienden van school, sport of vakantie. Maar er is maar één plakboek, dus delen zit er even niet in. Alle foto’s die ik vanaf 2003 heb gemaakt, na aankoop van mijn eerste digitale camera, staan veilig geordend opgeslagen op mijn laptop en als backup op een externe harde schijf. Foto’s die niet verloren zullen gaan tijdens een brand. Foto’s die ik in een klik kan delen met m’n nicht uit Australië of m’n oom in de Achterhoek. Foto’s die nooit meer zullen scheuren of verkleuren.. Hè, wat fijn! Mijn digitale leven is overal.
En toch maak ik me zorgen. Zorgen rondom de digitalisering van ons leven. En dan niet zozeer om de overgang van LP naar CD naar MP3. Of die van VHS naar DVD naar Blu-Ray. Of die van 1D naar 2D naar 3D. Nee, het grootste gevaar van digitalisering is de afbreuk van ons sociaal vermogen. Iemand op straat aanspreken en vragen naar de juiste richting is er niet meer bij. Daar hebben we de TomTom voor. Of een leuk gesprek voeren op iemands verjaardag met een vriendin van de Jarige Job, die elke tien seconden wordt gestoord door de rode Pinglamp op haar BlackBerry. Irritant! Of een ouderwetse discussie in het café waarbij niemand precies meer weet hoe die presentator van vroeger heette. Met Google in ieders zak is gissen naar het antwoord er niet langer meer bij. Best jammer.
Naar welk niveau daalt ons sociaal vermogen als we ons alleen nog maar focussen op typmiep-communicatie en emoticons. Easy smiley’s die zeker niet opwegen tegen mijn gezichtsuitdrukking en intonatie. Jan die feestfoto’s van alleman online zet, waar alleman met z’n neus in de sos hangt. Daar gaat je sollicitatie! Of het achterblijven van je sociale ontwikkeling. Omdat je welke informatie dan ook heus niet zelf hoeft te onthouden als je van Wikipedia je nieuwe Best Friend Forever maakt. We beginnen meer en meer waarde te hechten aan digitale communicatie. Omdat het makkelijk en goedkoop is. Maar we vergeten onze eigen ontwikkeling en maken onszelf met de dag dommer. Alles zoek je op. Of het nou geschiedenis, nieuwsberichten, routebeschrijvingen of weersverwachtingen zijn. Onthouden is er niet meer. Dus ook al lijkt het handig dat mevrouw straatpiraat zich nu ook zelfstandig een baan richting wherever kan navigeren.. Wat als haar vriendje TomTom uitvalt? En ook al voelt uren op Facebook als het onderhouden van je vriendschappen.. Wat als je internetverbinding plat gaat en jij eenzaam thuis in bed ligt? En wat als je vieze buurman jouw vakantiefoto’s op het strand of je afgeschermde telefoonnummer kan bekijken, omdat jij zijn vriendschapsverzoek uit beleefdheid maar hebt geaccepteerd? Iehhhh.. vies!
Op het eerste gezicht lijkt digitalisering vooral leuk en reuze handig. In veel gevallen gaat dat ook op en maakt internet ons leven een stuk makkelijker. Maar hoe ons sociale leven wordt gedigitaliseerd blijft voor mij een afknapper. Zojuist vond ik het Facebook-profiel van een buurjongetje van mij, Glenn, die zeker vijftien jaar geleden met zijn familie is vertrokken uit de straat. Ik vind het grappig om te zien hoe hij er vandaag de dag uit ziet. Laren is tegenwoordig zijn woonplaats. En voor een moment twijfel ik even of ik hem wel of niet een vriendschapsverzoek zal sturen. Voegt het iets toe aan de waarde van mijn leven als ik hem ‘befriend’? Je kan vijfduizend vrienden maken, terwijl ik er 'pas' 331 heb.. En hoe groot is de kans dat hij weer langs komt in de straat om een potje buskruit te spelen? Die tijd is allang geweest, dus ik acht de kans minimaal.. Zal het hem überhaupt interesseren hoe het met mij gaat? Hij heeft mij tot op de dag van vandaag toch ook niet opgezocht of toegevoegd.. Ik denk aan de generatie van mijn moeder. Of die van mijn oma. Zij hebben zich prima gered zonder internet of Facebook. Is het een groot gemis voor hun dat zij basisschoolvrienden niet meer spreken of zien? Ik denk het eigenlijk niet. Want vrienden komen en gaan. En als het goed is, maak je dan weer nieuwe vrienden. Die na verloop van tijd ook weer gaan.. Of juist blijven. Ach, ik vind het wel weer genoeg zo. Mijn dagelijkse dosis 100 minuten Facebook zit er op. En Glenn? Ik besluit hem niet te kronen tot vriend nummer 332. In plaats daarvan open ik naast de knop ‘Vriendschapsverzoek verzenden’ het laddertje ‘Account’. Ik scroll omlaag.. ‘Afmelden’, punt.

maandag 3 januari 2011

REACTION PAPER - WEEK 49

UITDAGINGEN VAN DE CREATIEVE INDUSTRIE


‘De 19e-eeuwse schilder Alma Tadema zei: ‘Zolang ik schilder, ben ik kunstenaar. Als het af is, ben ik zakenman’.
Kunst en commercie, podium en publiek zijn geen gescheiden werelden. Archieven en theaters, concertzalen en musea verlenen diensten aan publiek. Zij vervullen een belangrijke rol in de maatschappij. Sinds de jaren zestig is de cultuursector steeds meer op de overheid gericht geraakt. De overheid heeft het particulier initiatief niet zozeer aangevuld, maar overgenomen. In de driehoek overheid-cultuur-publiek is te veel bedrijvigheid op de lijn overheid-cultuur en te weinig op de lijn cultuur-publiek. We staan voor een omslag. Ik wil meer ruimte geven aan de samenleving en aan particulier initiatief. Een gezonde cultuursector is zo min mogelijk afhankelijk van de overheid’. Aldus Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op 6 december 2010.¹
Nederland begeeft zich op cultureel gebied de laatste tijd in woelig vaarwater. Doordat de overheid decennia lang een groot aandeel heeft gehad in financiering van de sector, is de culturele industrie zeer afhankelijk geworden van de subsidies. En door de aanhoudende economische crisis zijn de plannen van het nieuwe kabinet om op cultureel gebied veel te bezuinigen creatievelingen een doorn in het oog. Een van de meest recente protestacties tegen de verhoging van BTW op de podiumkunst (concert- en festivalkaartjes) was een overwinning van korte duur en bleek niet meer te zijn dan een halfjaar uitstel van executie. De belastingen gaan toch wel omhoog, van zes naar negentien procent.
Het is jammer dat ik de afgelopen tien jaar niet voldoende kennis heb genomen van politiek beleid en besluitvorming. Maar bij ieder nieuw kabinet of bij iedere nieuwe wetswijziging lijkt het volk altijd de pineut en de overheid de boeman die er met de centen van het volk vandoor gaat. Alles wordt duurder en de bezuinigingen op de cultuursector gaan het daarom voor de burger opnieuw niet goedkoper maken. Maar dat er bezuinigd moet worden is een gegeven waar niet aan ontkomen kan worden. Zo ook de creatieve sector niet.
Door de eerdergenoemde protesten die eind november onder het motto ‘Nederland schreeuwt om Cultuur’ plaatsvonden, gaven een eenzijdig beeld waardoor leek dat politiek Den Haag geen cent meer wilde steken in behoud, ontwikkeling of diversiteit van onze kunst en cultuur. Een onterecht beeld omdat onder andere ontwikkeling en ontdekking van nieuw talent én het cultureel erfgoed nog voor de volle honderd procent op steun van de overheid kunnen rekenen. Ook bibliotheken, musea, muziek- en kunstinstellingen, uitgaanslocaties en festivalorganisaties zullen niet van de ene op de andere dag in de kou komen te staan. Maar de subsidieverstrekking wordt aan banden gelegd en zal kritischer worden beoordeeld op onder andere belangrijke punten als bezoekersaantallen, een eerlijke verhouding tussen eigen inkomsten uit ondernemerschap en subsidies van de overheid en toegankelijkheid voor kinderen en jongeren. Niet om te pesten, maar omdat het moet!
De sector wordt gevraagd creatief om te gaan met de aangekondigde bezuinigingen en naar gepaste oplossingen te zoeken. Een lagere subsidie van de overheid hoeft daarom dus niet direct een stijging in entreekaarten te betekenen. Maar door bijvoorbeeld een lidmaatschap aan te bieden voor een substantieel bedrag, kan de instelling aantrekkelijke voorwaarden en privileges geven aan hen die de club graag supporten. Zo is het International Film Festival Rotterdam (IFFR) dit jaar begonnen met een festivalkaart die voor vijfentwintig euro gekocht kan worden. Eenmaal in bezit van deze kaart krijgt de eigenaar recht om een dag voor de reguliere kaartverkoop al tickets te reserveren. Een zeer aantrekkelijk aanbod voor liefhebbers van het IFFR, een financiële impuls voor de organisatie om bezuinigingen te overzien en het perfecte voorbeeld van wat Halbe Zijlstra graag stimuleert.
Op wandelafstand van waar het IFFR-comitee huishoudt, staat het inmiddels leegstaande pand van Rotterdams voormalig uitgaansoogappeltje WATT. Dat wat hét nieuwe poppodium van Rotterdam had moeten worden, hield het ondanks de hoge verwachtingen nog geen twee jaar vol. Met een schuld van 1,8 miljoen euro werd de boel vlak voor de zomer van 2010 dichtgetimmerd. Wat dat betreft is WATT het voorbeeld van een zinkend schip dat buiten de gemeentelijke haven om niet voldoende kon rekenen op mankracht of financiële hulp van buitenaf. Enkel en alleen de demonstratie ‘WATT moet blijven!’ bleek niet voldoende. Ondanks de steun van jongeren uit de Maasstreek en de grote opkomst bij de demonstratie om de club te behouden, is het begrijpelijk dat een uitgaansgelegenheid niet financieel afhankelijk mag zijn van enkel lokale subsidie.
Dat de gemeente Rotterdam daarom na ruim anderhalf jaar gesteggel de geldstekker uit de draaitafels trok is hartstikke zonde, maar niet meer dan rechtvaardig. Investeerders, adverteerders, belanghebbenden en fans of vaste gasten moeten in soortgelijke situaties samenkomen en een blok vormen om mede zorg te dragen voor de financiële situatie van hun instelling, stichting, club of uitgaansgelegenheid. Zoals die van het Amsterdamse Paradiso of ’t Paard van Troje in Den Haag. Een blok van  terugkerend publiek en een solide naamsbekendheid welke van groot belang is voor continue populariteit. Een blok dat creatief omgaat met het genereren van extra inkomstenwerving, welke zo succesvol is dat men het hoofd zonder problemen boven het water weet te houden.
De vergelijkbare bezuinigingssituatie die de overheid de komende drie jaar in werking gaat stellen krijgt daarom mijn steun. Zowel omdat bezuinigen in elke sector plaats gaan vinden, dus ook in de creatieve sector, alsmede door de te grote mate waarin onze cultuurinstellingen afhankelijk zijn geworden van subsidie. Laten we in plaats van klagen daarom protesteren. Een pro-protest onder het mom ‘Nederland geeft om Cultuur’!

vrijdag 3 december 2010

REACTION PAPER - WEEK 48

KWALITEIT VAN INFORMATIE

Met een internetverbinding in vrijwel ieder huis en digitale apparatuur als computer en (foto)camera binnen handbereik, is iedereen journalist. Tenminste, de voorzieningen zijn aanwezig om er een te worden. Want je videoverslag van dat ene festival gaan online, samen met de foto’s van de aankleding, het vuurwerk, de dj’s, jouw vrienden en het opstootje na afloop. Maar in hoeverre spreken we hier over journalistiek? Het materiaal zal uiteraard voor jezelf en je vrienden van bepaalde waarde zijn, maar zolang het opstootje zich niet uitbreidt tot een heftige vechtpartij of zelfs een schietpartij the-Hoek-van-Holland-way, halen je feestkiekjes de status van nieuwsitem hoogstwaarschijnlijk niet.
Video- en fotoapparatuur is overal en maakt het tempo waarin het nieuws ons om de oren vliegt sneller dan ooit. Opnames worden puurder, rauwer en directer uit de samenleving geplukt. Het is niet alleen de journalistiek maar ook de politiek die democratie niet hoog in het vaandel heeft staan, die voor deze ontwikkeling graag een stokje steken. YouTube is in China, Pakistan, Thailand, Indonesië, Marokko, Bangladesh en Turkije niet voor niets al meerdere malen offline gehaald. De gewone burger betrekt zichzelf meer en meer in de voorziening en verspreiding van nieuws. Waardoor de harde kern van de journalistiek met tegenzin het door hen gestudeerde handboek vol werkmethoden en journalistieke normen en waarden als dunne poep door de pot ziet spoelen. En de vrije nieuwsgaring? Die gaat er triomfantelijk met de hoofdprijs vandoor. Geen geld als beloning maar een klopje op de schouder door medeburgers en sympathisanten. Of een schreeuw om internationale aandacht wanneer burgers door voedseltekort, oorlog of onderdrukking in gevaar komen en de volksvertegenwoordiging hen hierin niet bijstaat. De mogelijkheid om eigenhandig nieuws te verslaan is overduidelijk een goede ontwikkeling!
De opkomst van internet is de voorziening aan nieuws naar mijn idee zeker niet ten nadele geweest. Er is een veel breder aanbod in nieuws. En hoe hoger de diversie in aanbod, des te hoger de  keuze in en kwaliteit van nieuws. Keerzijde van het geheel is dat er uiteraard meer ‘slecht’, ‘amateuristisch’ of ‘onprofessioneel’ nieuws is. Maar daar waar het aanbod van slecht nieuws stijgt, stijgt ook het aantal betrouwbare nieuws- en informatiesites welke makkelijker bereikbaar zijn dan in het vooroorlogse, computerloze tijdperk.
Websites als Wikipedia zijn gemiddeld genomen een waardevolle toevoeging op de nieuwsvoorziening. Ondanks dat de site user generated content mogelijk maakt (informatie door de gebruiker geplaatst en dus niet van journalistieke aard), komt het overgrote deel uit betrouwbare bron. Er wordt vaak geklaagd over het tekort schieten van controle op de gepubliceerde informatie op Wikipedia. Vaak vervangt Wikipedia pas de inhoud als iemand anders aangeeft dat er informatie niet klopt. Maar dat wil niet zeggen dat gerenommeerde mediabedrijven zelf niet vaak genoeg de fout in gaan.
Vorige week las ik via de websites van Nu.nl, de Telegraaf én NET5 dat Teri Hatcher de Amerikaanse televisieserie Desperate Housewives gaat verlaten. Ik ben me ervan bewust dat dit misschien wel het meest onzinnige ‘nieuws’ van de week was, maar deel dit nieuwtje niet om het belang ervan te bespreken. Toch lijkt het genoemde nieuwsitem betrouwbaar genoeg als er meerdere websites notie van maken. Nog geen dag later werd het nieuws gerectificeerd. De bron van TMZ, dé celebrity roddelsite van de Verenigde Staten waar NET5 & Co het einde van typetje Susan Mayer vandaan hebben geplukt, blijkt het verhaal verzonnen te hebben. Waarop ik me dan de vraag stel of de journalistieke media het zelf allemaal wel op een rijtje hebben.

donderdag 2 december 2010

REACTION PAPER - WEEK 47

VRIJHEID VAN MENINGSUITING

Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Geert Wilders, Ayaan Hirsi Ali, Gregorius Nekschot en Kurt Westergaard.. Politici, kunstenaars en tekenaars. Allen met de dood bedreigd door tere zieltjes die zich beledigd voelden door een of meerdere van hun uitlatingen. Of Julian Assange, journalist en oprichter van WikiLeaks. Ook met de dood bedreigd door een adviseur van de Canadese premier Stephen Harper. Ik herhaal het nog maar even; met de dood bedreigd door een adviseur van de Canadese premier! Het moge duidelijk zijn. Dit reaction paper gaat over de vrijheid van meningsuiting.
Sinds de aanslagen van 9/11 op het vrije woord en de democratie van de Westerse wereld, is de vrije meningsuiting een vaak terugkerend onderwerp van gesprek geweest. Na de moord op Pim Fortuyn in het voorjaar van 2002 is dit binnen onze samenleving naar voren gekomen als een van de meest besproken rechten uit de Hollandse grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De vrijheid van meningsuiting en drukpers wordt in de Nederlandse grondwet omschreven in Artikel 7; “Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dit wil zeggen dat iedere burger alles mag vertonen of zeggen, zonder daarvoor grondrechtelijke toestemming te krijgen. Overschrijdt het gepubliceerde echter andere artikelen uit de grondwet, zoals bijvoorbeeld het recht op de privacy of het verbod op aanzetten tot haat, dan kan je alsnog gestraft of vervolgd worden.

Ik vind alle opspraak die er rondom de grenzen van vrijheid van meningsuiting is een grote, overdreven poppenkast waarin watjes zonder speklaag de hoofdrol spelen. Naar mijn idee zijn alle aanklachten die er worden ingediend tegen politici, journalisten of tekenaars omdat zij de vrijheid van meningsuiting zouden misbruiken, opnieuw een aanslag op de Nederlandse samenleving en de daarbij behorende ‘open minded’ normen en waarden. Een samenleving waarin je gerust ‘Godverdomme’ of onze heilige vriend ‘Jezus Christus’ als scheldwoord in de mond mag nemen. Een waarin je de meest heftige discussies met elkaar aan kunt gaan en waarin uitspraken soms als beledigend worden ervaren; is dat niet simpelweg het risico dat je loopt bij het voeren van discussies? Beter beledigd in een meningsverschil, dan belaagd door fysiek geweld moet het uitgangspunt zijn. Laat de oer-Hollandse nuchterheid zegevieren.
De meest recente aanklacht tegen de vrijheid van meningsuiting, wat door Amerikaanse politici als ‘hoogverraad’ wordt aangeduid, is die tegen de oprichter van WikiLeaks, Julian Assange. Na de publicatie van een kwart miljoen geheime documenten, gelekt vanuit de Amerikaanse regering, lijkt Assange op dit moment de meest gezochte ‘crimineel’ wereldwijd. En waarom? Omdat hij gestolen staatsgeheimen van Amerikaanse grond toegestuurd kreeg, deze verspreidde en openbaar heeft gemaakt voor alles en iedereen. Alhoewel, staatsgeheimen? Beter gezegd officiële documenten waarin de zwaktes van wereldleiders en politici uit alle windstreken worden beoordeeld, vastgesteld vanuit Amerikaans perspectief. Inderdaad, het Witte Huis gaat met de billen bloot en is boos. Boos omdat ze door Assange’s openbaring de volgende plastic fantastic glimlach richting Sarkozy, Berlusconi of Merkel met rode koontjes tegemoet gaan. Maar wat een opspraak! “WANTED! Julian Assange!” Alsof de schade die deze journalist in cowboylaarzen heeft aangericht  tussen de gegeneerde wereldleiders van groter belang is dan die van Osama Bin Laden op het welvarende Westen. Of de dictatoriale problematiek in Iran. Of de oorlog rondom de Gazastrook. Of de sterfte door HIV in Afrika. Of de stijgende voedseltekorten op Haïti. Nee, nee! Het is het hoofd van Julian Assange dat op de voorpagina prijkt.
Laat me eerlijk zijn; er is een grens aan de vrijheid van meningsuiting. Ondanks dat ik Assange persoonlijk niets kwalijk neem – doorlichten die boel – hebben journalisten wel degelijk een bepaalde verantwoordelijkheid in de keuze welk nieuws wel of niet verspreid moet worden. Want daar waar de vrijheid van meningsuiting ver reikt, is er altijd nog het recht op de privacy. Ik ben voor journalistiek die politiek Den Haag op het matje roept en alle hoogwaardigheidsbekleders vraagt om inzage in hun wangedrag (ook al interesseert het mij geen donder wie er in 1980 met een kratje bier achter het stuur zat). Ik ben ook voor documentaires als ‘Zeitgeist’, waarin alle voorgeschotelde informatie over geloof, geld en oorlog, zoals wij deze in de westerse samenleving kennen, volledig overhoop wordt gegooid en Amerika als boeman wordt neergezet. Of reportages als ‘the Cove’ waarin wordt ingebroken in ‘s werelds meest zwaarbewaakte baai en de illegale dolfijnenjacht van Japan wordt blootgelegd. Of voor verborgen camerawerk à la Patrick van der Eem vs. Joran van der Sloot.
Naar mijn idee stuk voor stuk correcte vormen van journalistiek of in ieder geval binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Voor mij houden deze grenzen op wanneer met kwaad bloed of vanuit financieel oogpunt nieuws wordt verspreid ten behoeve van iemands eigen voordeel. Denk aan Martin Bashir’s ongelukkige reportage ‘Living with Michael Jackson’. Of aan een kale Sylvie van der Vaart op de voorpagina van de Privé waarvoor het weekblad volkomen terecht werd aangeklaagd. Denk aan de verongelukte Prinses Diana, opgejaagd door hongerige aasgieren uit de Britse paparazzi-industrie. Stuk voor stuk op zoek naar het meest sappige, schandalige, meest waardevolle schandaal om een slaatje uit te slaan. Daar waar media de grenzen van iemands persoonlijke privacy zwaar overschrijden en er meer wordt gegeven om geld dan om het daadwerkelijk ‘uiten van je mening’. Fout!
Uiteindelijk is het opnieuw vooral de media waar ik me tegen verzet. Want of mijn buurvrouw, haar buurman nou verrot scheldt vanwege zijn afkomst. Of dat vrienden elkaar onderling uitschelden voor ‘homo’. Of die dronkenlap op straat dreigt met ‘Ik maak je dood!’ omdat je naar z’n vriendin kijkt. I don’t give a shit! Put kracht uit je Hollandse nuchterheid en neem niet al het gesprokene te serieus. Praat maar lekker raak. Luister naar wat je luisteren wilt. En zeg gerust wat je op het hart hebt. Zolang ieders eigen handen maar thuis houdt en mekaar niet in de haren vliegt.. Of in de Twin Towers.

zaterdag 20 november 2010

REACTION PAPER - WEEK 46

MACHT VAN DE MEDIA                                                                                                                                                  
Oma Veerman vertelde mij vorige week dat ze zich zorgen maakte. Zorgen over de islam, Wilders en Marokkaanse probleemjongeren. Ze gaf mij de Telegraaf van die ochtend, welke ze net uit had, en wees naar een bericht op de voorpagina; “Moslim-man mag vrouw slaan” stond er in dikke koeienletters. Het betrof een rechtszaak in Abu Dhabi aangespannen door een vrouw die mishandeld werd door haar echtgenoot. De aanklacht werd niet serieus genomen en de man werd nergens toe veroordeeld, gezien de wet die zegt dat een man “..vrouw of kinderen mag slaan om te corrigeren of disciplineren, zolang er geen blijvend of zichtbaar letsel aan wordt over gehouden.” Oma is de islam inmiddels spuugzat en vindt het ook maar niks dat er een Marokkaanse familie in de straat is komen wonen. Ik word boos en zeg haar dat de Telegraaf haar beïnvloed. Manipulatie door slap-in-the-face berichtgeving, gebaseerd op verhalen uit verre landen waar de nieuwe buurman en buurvrouw niets mee te maken hebben. Oma twijfelt en discussieert terug, tot ze beseft dat ze inderdaad maar beter kan oordelen op haar eigen ervaringen.
De media hebben macht. En niet een beetje ook. Zij hebben veel macht. Dit is te zien en te horen aan alles om ons heen. Er wordt continu gepraat over dat wat besproken wordt op radio en tv of in de krant. Of het nu een nieuwe tv-hit is, als The Voice Of Holland of de opspraak rondom PVV-er Lucassen of Sharpe; de media leven, zijn een groot onderdeel van ons dagelijks leven en hebben daarmee een grote invloed op de samenleving.
Het gevaar van media en de macht die zij hebben, is dat de samenleving teveel vertrouwd op dat wat zij stellen. Van talkshows tot nieuwsrubrieken, van soaps tot talentenjachten, van columns tot radioprogramma’s; de media zijn verheven tot een soort übermacht waar wij onze normen en waarden uit putten. En aangezien ieder medium een op zichzelf staand bedrijf is met zelf opgestelde (commerciële) doeleinden, is het beeld wat men toont (nieuws, gespreksonderwerpen, welke kant van de informatie wordt belicht) altijd gekleurd.
Uiteraard kennen we de publieke omroep op tv en radio, waar getracht wordt een zo veelzijdig en objectief mogelijk beeld te creëren van dat wat er in ons land en buiten de grenzen plaatsvindt. Dit is een goed streven en bovendien meer dan nodig. Want wanneer alleen commerciële zenders als RTL of SBS tot het televisieaanbod behoren, is de kwaliteit van bijvoorbeeld televisie als medium veel minder veelzijdig dan deze op dit moment is. En toch hebben zelfs publieke omroepen als de EO, Powned of BNN een eigen manier van informeren, amuseren en overtuigen. Dus ook daarbij kan gesteld worden; hoe gekleurd is de publieke omroep in haar berichtgeving?
Een vrij neutrale partij en zeer belangrijke is naar mijn idee het ANP. Nieuwsvoorziening wordt vanuit het ANP, door bijvoorbeeld de NOS op tv en radio verspreid alsmede verschillende kranten. En toch moet zelfs de neutrale toon van een gerenommeerd bedrijf als ANP niet voor lief worden aangenomen. Ik twijfel hieraan vanwege de selectie in nieuwsitems en met name de toon waarop nieuws gebracht wordt. Als inwoner van het ontwikkelde Westen omschrijven wij Talibanstrijders als terroristen; tegenstanders van de westerse beschaving die het voorzien hebben op alles en iedereen die niet moslim zijn. Daar staat tegenover dat zij in eigen land zijn gedoopt tot vrijheidsstrijders, die het vaderland beschermen tegen de kwade invloeden en bedoelingen van het ongelovige Amerika en zijn sympathisanten. Het is dus duidelijk dat nieuws op verschillende manieren gebracht wordt.
Juist daarom ben ik er van overtuigd dat het aanbod in media zo divers en wijdverspreid mogelijk moet zijn. Des te meer verschillende omroepen of radiostations er zijn, hoe breder het aanbod in nieuws en gespreksonder-werpen. Het lijkt mij het meest gezond voor de gemiddelde burger om de ontvangen informatie van zoveel mogelijk kanten belicht te zien. Ondanks dat een ieder alsnog het liefst luistert, leest of kijkt naar het medium dat als beste in het ‘eigen straatje’ past.
Wanneer de mate van macht van de media en de bijbehorende invloed op de samenleving moet worden vastgesteld, lijkt een juist antwoord moeilijk omschrijfbaar. Juist omdat niet iedereen zich op dezelfde manier laat beïnvloeden door informatie om zich heen. Sommigen lezen alleen het gratis wekelijks regioblaadje, anderen abonneren zich op drie landelijke kranten. Er zijn burgers die alleen naar de commerciële omroepen op tv kijken, anderen houden het bij Nederland 1, 2 en 3. Radioluisteraars kiezen de ene keer voor praatrubrieken en nieuwsvoorziening op Radio 1, de andere keer luistert men naar amusementsstation nummer één; Radio 538. En ook al kiest men ervoor om informatie te putten uit één of meerdere media, er vindt altijd persoonlijke selectie plaats in het openstellen, waarnemen en onthouden van het op ons afkomend nieuws. ¹
Afgelopen weekend ben ik weer bij oma langs geweest. Ze vertelde voor zichzelf gekozen te hebben en is naar de buren gegaan om ze een hartelijk welkom te heten. Ik was trots. Trots om te horen dat zij liever oordeelt op eigen ervaring dan op die van een commerciële organisatie als de Telegraaf. Met een alleszeggende slotconclusie vatte oma de kennismaking op onvergetelijke wijze samen; “Het was toch wel een aardige man hè.”

REACTION PAPER - WEEK 45

INTELLECTUAL PROPERTY - ANDREW KEEN OVER PIRATERIJ EN COPYRIGHT
Op maandag 15 november heeft Andrew Keen een gastcollege verzorgd voor de Hogeschool van Amsterdam. Keen is tegen Web 2.0 en verzet zich tegen de ‘democratisering van media’, waarin gebrekkig opgeleiden of onbegrijpelijken onder ons de creativiteit van cultuur in gevaar brengen.¹ Keen sprak tijdens zijn gastcollege over de invloed van internet op copyright en auteursrechten.
Vroeger was copyright een makkelijk hanteerbare regel. Cultuur werd gepubliceerd en was niet makkelijk kopieerbaar. Denk aan het uitgeven van een boek als gedrukt product. Dit was dupliceerbaar, maar alleen door het boek daadwerkelijk te kopiëren; en zelfs dan wordt ‘slechts’ één kopie verkregen. Tegen het einde van het industriële tijdperk, toen het digitale era aanbrak, bleek echter dat copyright onderhevig is aan ontwikkelingen en daardoor hoognodig aan vernieuwing toe was. Want met de mogelijkheid tot scannen of het uitbrengen van een digitale boekversie, is illegaal verspreiden van het product binnen een handomdraai gedaan.
Omdat binnen de culturele sector muziek en films de meest digitale vormen van kunst zijn, zijn vooral cd’s en dvd’s populair in het illegale verspreidingscircuit. Daarnaast is een ‘culture of free content’ ontstaan – men vindt alles om zich heen te duur en gaat op zoek naar gratis verkrijgbare producten of behoeftes – wat gecombineerd met het gemak van digitaal verspreiden een grote aanslag op de culture sector betekende. Deze ontwikkeling heeft inmiddels geleid tot het sluiten van verschillende film- en platenmaatschappijen, uitgeverijen en kranten.
Keen vindt stelen ongepast en is tegen het heersende gevoel in de maatschappij dat cultuur gratis beschikbaar zou moeten zijn. De vergelijking wordt gemaakt met het stelen van een brood bij de bakker of een spijkerbroek in een kledingzaak. Ondanks dat ik dagelijks download, en daarmee inkomsten van de artiest of kunstenaar af neem, kan ik mij Keen’s stelling begrijpen. Muziek of films zijn natuurkundig gezien producten die minder van belang zijn dan eten of kleding, maar een leven zonder muziek of film zou toch een stuk minder interessant zijn. Om daarom de culturele sector in stand te houden en auteurs te belonen voor hun kunsten, zou cultuur inderdaad niet gratis mogen zijn.
Maar dan alsnog; bij een bioscoop- of museumbezoek betaal ik entree, het huren van een dvd bij de videotheek kost geld, voor het bezoeken van een muziekfestival of concert koop ik een kaartje. Al met al betaal ik me dus al scheel aan meer dan voldoende culturele diensten of producten. En omdat ik daarnaast geen geldboom in mijn tuin heb staan, voel ik me niet schuldig aan het downloaden van muziek of dvd’s. Ik heb de keus om me te gedragen zoals ik ben opgevoed – stelen is verboden – waardoor ik minder films kan zien of muziek kan luisteren omdat de portemonnee het simpelweg niet toelaat, of ik kan consumeren zoveel ik wil zonder te betalen, concertkaartjes, festivals en bioscoopbezoekjes daar gelaten. Ongeacht dat de laatste keus het risico met zich meebrengt dat nieuwe bands of beginnende regisseurs hun creatieve ideeën niet kunnen financieren, ben ik egoïstisch en kies ik voor mijn eigen centen.
Ik voel me financieel genaaid door de EU die de gulden van me heeft afgenomen. Ik voel me financieel genaaid door het Ministerie van Volksgezondheid die het algemene ziekenfonds heeft ingeruild voor een peperdure zorgverzekering. Ik voel me financieel genaaid door het nieuwe kabinet dat de BTW op concert-, theater en festivalkaarten binnenkort met dertien procent verhoogd. Ik voel me genaaid..
Dus ondanks dat ik me Andrew Keen’s idee tegen gratis cultuur kan voorstellen, wint de mate van schuldgevoel bij het downloaden van muziek of film het in mijn geval niet van het plezier ik eraan beleef. Wanneer ik ‘mijn’ artiest, acteur of regisseur voldoende waardeer, koop ik het concertkaartje, de dvd of zelfs nog de cd. Maar de grote bazen van zelfbenoemde ‘culturele instanties’ die hun omzetten zien dalen met de opkomst van Web 2.0 en daarom een beroep doen op de wet van het auteursrecht, kunnen mijn rug op. We zijn lang genoeg voor het lapje gehouden en financieel uitgekleed door de grootste film- en platenmaatschappijen. Ik kan me nog een tijd herinneren waarin cd’s rond de vijfentwintig gulden kostte! Wat mij betreft mogen ze de trein naar Den Haag pakken en aan de voordeur van het Binnenhof aankloppen. Wellicht kunnen de zakken alsnog gevuld worden als een beroep wordt gedaan op een subsidie uit het belastingpotje wat vanaf januari opnieuw wordt gespekt.. van zes naar negentien procent.