MIJN DIGITAL LIFE
Je houdt ervan of je haat het.. Social media. Tijdens het hoorcollege wordt gehyved. Politici twitteren er op los. Op kantoor wordt meer gefacebooked dan gewerkt. YouTube, LinkedIn, MySpace en ga zo maar door. Social media zijn er altijd en overal. Gezamenlijk zijn ze voor een groot aantal wereldburgers verantwoordelijk voor uren aan online tijdverdrijf. Facebook heeft in de Verenigde Staten koploper Google van zijn troon gestoten en werd de meest bezochte website in 2010¹. In ons eigen land is de smoelensite het afgelopen jaar gegroeid met vijftig procent aan nieuwe profielen. En ondanks dat zijn oranje polderversie dit jaar tevreden moest zijn met drie procent minder bezoekers dan 2009, hebben ook de kornuiten van Hyves opnieuw groot succes en met acht miljoen unieke profielen nog steeds bijna de helft van alle Hollanders in hun greep². Ik ben iemand die een hekel heeft aan social media. Of beter geformuleerd; ik haat het zelfs. En niet zomaar haat. Nee, ik haat het uit de grond van m’n hart.. Omdat ik, net als honderdduizenden anderen wereldwijd, keihard verslaafd ben aan mijn digital life.
De opkomst in sociale media begon voor mij zo’n vijf jaar geleden. Het was in de zomer van 2005 toen ik mijn eigen Hyves-pagina lanceerde. Maar digitalisering van oude media vond al lang voor mijn verhyving plaats. In het najaar van 1999 was RTL een van de eerste die via livestreaming Big Brother’s Bart, Ruud en Bianca niet langer alleen via de beeldbuis onze woonkamer binnenknalde. De uit de samenleving gerukte hoofdrolspelers konden tegen een kleine vergoeding door jan en alleman dag in dag uit worden bespied. Een knaller van een succes voor tv-baas John. In rap tempo volgden andere media. Er werd meer en meer geëxperimenteerd met de eindeloze mogelijkheden op het gebied van online media. Archieven werden gedigitaliseerd, live-uitzendingen kwamen via desk- of laptop beschikbaar en ook radio ging het web op. Terugkeren naar de tijd waarin alleen IT-nerds met een toetsenbord overweg konden is inmiddels ondenkbaar.
De mate waarin digitalisering zich in ons dagelijks leven heeft genesteld is iets waar veel mensen waarschijnlijk niet of nauwelijks bij stilstaan. Het lijkt langzaamaan door te dringen als een van de belangrijkste levensbehoeften, ondanks dat het belang ervan aan velen voorbij gaat. Een leven zonder eten, drinken en slapen bestaat niet. Maar kunnen we vroeg of laat überhaupt nog wel zonder internet, smartphone, tablet, GPS of OV Chipcard?
Alle mogelijkheden die de digitalisering van diensten en producten om ons heen met zich mee heeft gebracht, kennen veel voorbeelden welke op het eerste gezicht als prettig en positief worden ervaren. Zo was er in de startfase van de OV chipcard nogal wat te klagen over de veiligheid, privacy en fraudegevoeligheid van de nieuwe pas. Waarom veranderen als het oude prima werkt? Maar hoe makkelijk is het nu dat zowel de reiziger als de treinconducteur of buschauffeur niet meer hoeft te rekenen. Niet ieder kwartier meer het klokje op zijn stempel hoeft bij te stellen. Niet meer naar de supermarkt voor een strippenkaart of onnodig een duurder kaartje kopen in het openbaar vervoer. Nee, opladen, inchecken, uitchecken en klaar ermee! Of voorin inchecken en achterin meteen weer uit. In de bus of tram, op treinstation of in de supermarkt.. Simpelweg overal. Een ander voorbeeld. Hoe klein wordt de wereld als ik mijn Spaanse amigos voor niets kan spreken en zien via Skype, MSN of Facebook. Een vliegticket is niet langer nodig. Hoge telefoontarieven overigens ook niet. Uit het oog, uit het hart is er niet langer bij. Opnieuw mogelijk gemaakt dankzij digitalisering! En nog eentje dan; de foto’s uit mijn kindertijd liggen verkleurd en verstoft in een oud, vies en loodzwaar plakboek ergens in een kast boven op zolder. Een boek waar ook foto’s in zijn geplakt van mijn broer en zus, mijn nichtjes en mijn vrienden van school, sport of vakantie. Maar er is maar één plakboek, dus delen zit er even niet in. Alle foto’s die ik vanaf 2003 heb gemaakt, na aankoop van mijn eerste digitale camera, staan veilig geordend opgeslagen op mijn laptop en als backup op een externe harde schijf. Foto’s die niet verloren zullen gaan tijdens een brand. Foto’s die ik in een klik kan delen met m’n nicht uit Australië of m’n oom in de Achterhoek. Foto’s die nooit meer zullen scheuren of verkleuren.. Hè, wat fijn! Mijn digitale leven is overal.
En toch maak ik me zorgen. Zorgen rondom de digitalisering van ons leven. En dan niet zozeer om de overgang van LP naar CD naar MP3. Of die van VHS naar DVD naar Blu-Ray. Of die van 1D naar 2D naar 3D. Nee, het grootste gevaar van digitalisering is de afbreuk van ons sociaal vermogen. Iemand op straat aanspreken en vragen naar de juiste richting is er niet meer bij. Daar hebben we de TomTom voor. Of een leuk gesprek voeren op iemands verjaardag met een vriendin van de Jarige Job, die elke tien seconden wordt gestoord door de rode Pinglamp op haar BlackBerry. Irritant! Of een ouderwetse discussie in het café waarbij niemand precies meer weet hoe die presentator van vroeger heette. Met Google in ieders zak is gissen naar het antwoord er niet langer meer bij. Best jammer.
Naar welk niveau daalt ons sociaal vermogen als we ons alleen nog maar focussen op typmiep-communicatie en emoticons. Easy smiley’s die zeker niet opwegen tegen mijn gezichtsuitdrukking en intonatie. Jan die feestfoto’s van alleman online zet, waar alleman met z’n neus in de sos hangt. Daar gaat je sollicitatie! Of het achterblijven van je sociale ontwikkeling. Omdat je welke informatie dan ook heus niet zelf hoeft te onthouden als je van Wikipedia je nieuwe Best Friend Forever maakt. We beginnen meer en meer waarde te hechten aan digitale communicatie. Omdat het makkelijk en goedkoop is. Maar we vergeten onze eigen ontwikkeling en maken onszelf met de dag dommer. Alles zoek je op. Of het nou geschiedenis, nieuwsberichten, routebeschrijvingen of weersverwachtingen zijn. Onthouden is er niet meer. Dus ook al lijkt het handig dat mevrouw straatpiraat zich nu ook zelfstandig een baan richting wherever kan navigeren.. Wat als haar vriendje TomTom uitvalt? En ook al voelt uren op Facebook als het onderhouden van je vriendschappen.. Wat als je internetverbinding plat gaat en jij eenzaam thuis in bed ligt? En wat als je vieze buurman jouw vakantiefoto’s op het strand of je afgeschermde telefoonnummer kan bekijken, omdat jij zijn vriendschapsverzoek uit beleefdheid maar hebt geaccepteerd? Iehhhh.. vies!
Op het eerste gezicht lijkt digitalisering vooral leuk en reuze handig. In veel gevallen gaat dat ook op en maakt internet ons leven een stuk makkelijker. Maar hoe ons sociale leven wordt gedigitaliseerd blijft voor mij een afknapper. Zojuist vond ik het Facebook-profiel van een buurjongetje van mij, Glenn, die zeker vijftien jaar geleden met zijn familie is vertrokken uit de straat. Ik vind het grappig om te zien hoe hij er vandaag de dag uit ziet. Laren is tegenwoordig zijn woonplaats. En voor een moment twijfel ik even of ik hem wel of niet een vriendschapsverzoek zal sturen. Voegt het iets toe aan de waarde van mijn leven als ik hem ‘befriend’? Je kan vijfduizend vrienden maken, terwijl ik er 'pas' 331 heb.. En hoe groot is de kans dat hij weer langs komt in de straat om een potje buskruit te spelen? Die tijd is allang geweest, dus ik acht de kans minimaal.. Zal het hem überhaupt interesseren hoe het met mij gaat? Hij heeft mij tot op de dag van vandaag toch ook niet opgezocht of toegevoegd.. Ik denk aan de generatie van mijn moeder. Of die van mijn oma. Zij hebben zich prima gered zonder internet of Facebook. Is het een groot gemis voor hun dat zij basisschoolvrienden niet meer spreken of zien? Ik denk het eigenlijk niet. Want vrienden komen en gaan. En als het goed is, maak je dan weer nieuwe vrienden. Die na verloop van tijd ook weer gaan.. Of juist blijven. Ach, ik vind het wel weer genoeg zo. Mijn dagelijkse dosis 100 minuten Facebook zit er op. En Glenn? Ik besluit hem niet te kronen tot vriend nummer 332. In plaats daarvan open ik naast de knop ‘Vriendschapsverzoek verzenden’ het laddertje ‘Account’. Ik scroll omlaag.. ‘Afmelden’, punt.