woensdag 26 januari 2011

OPINIESTUK MEDIA & MAATSCHAPPIJ - WEEK 03

ANGSTZAAIERS. OP NAAR DE VOLGENDE.
Pas op voor alles wat een hoofddoek draagt, want je weet niet half hoeveel gevaar je loopt! Blijf binnen en hou ramen en deuren gesloten, de Mexicaanse griep is weer in aantocht! Zorg voor een oppas aan huis en hou je kroost ver bij de Amsterdamse kinderdagverblijven vandaan! Het moge duidelijk zijn, we leven in een onveilig land. Of beter gezegd in een onveilige wereld. Een wereld van terroristen, verkrachters, overvallers en loverboys. Aanslagen, oplichting, moorden en misbruik. Mohammed B., Volkert van der G., Lucia de B. en Robert M. Je zou bijna je familie kidnappen en vastbinden in de kelder, al is het maar om ze te beschermen tegen al dat kwaad.
Tenminste.. als we de media moeten geloven. Want dag in dag uit worden we via radio, tv en krant om de oren geslagen met al het vreselijks om ons heen. Pak een willekeurig dagblad en lees de kop op de voorpagina. Of neem eens een minuutje de tijd voor de opening van het acht uur journaal. Het valt niet te ontkennen; het overgrote deel van de nieuwsberichten draait om de wantoestanden om ons heen. Kan dat niet anders?
Dat de aanwezigheid van slecht nieuws de boventoon voert valt te verklaren. De aandacht die wij schenken aan een negatief of verontrustend item is groter dan bij positief nieuws. Maar doordat het binnen de nieuwsmedia om niets anders draait dan kijkcijfers en oplagen, is het kommer en kwel dat de klok slaat. Ik kan me nog een Marga van Praag herinneren die het jaren geleden amper over de lippen kreeg; “Het gaat slecht met de huismus!”. Moet je nagaan hoe lang slecht nieuws met zo’n hoog Oh My God-gehalte blijft hangen. Waardeloos! En zelfs wanneer de NOS het bulletin afsluit met een licht verteerbaar stukje repo over wie zich vanaf vandaag tot de oudste mens ter wereld mag kronen, krijgen we beelden te zien van een kreunend hoopje vel op wielen. Leuk!
Ongeacht dat de mens beter is in het onthouden van slecht nieuws, ben ik ervan overtuigd dat het de nieuwsinstanties zijn die ons een onnodige overdosis angst toedienen. Bam! Met z’n allen er bovenop. Niet de waarde van het nieuws, maar de snelheid waarin we het brengen is van belang. En des te groter de spanning, hoe blijer we worden! Zolang we maar eerder zijn dan de concurrent. “Brand in Moerdijk? Rennen!”. “Is het hier wel veilig of loopt de volksgezondheid gevaar?”, “Nee, niks aan de hand! Dat zegt de brandweerman.”.  “Hé, daar is de bus van de Tweede Kamer!”, “Ze blijven allemaal binnen. Geen gevaar voor de volksgezondheid, toch?”, “Oh! Treedt de burgemeester nu ook nog af? Yes!”. “Maar wacht! Er is beter nieuws! Richting Zwijndrecht, met z’n allen.”. “Gaan we met trein?”, “Nee, onverstandig!” Als een kip zonder kop, met z’n allen er achter aan. Tok tok tok!
De sensatie die het slechte nieuws ons levert is vaak van korte duur. Gelukkig, zou je denken. Maar er gaat geen dag voorbij of er komt wel weer een nieuw schandaal aan het licht. En dan bouwen we ’t circus van voor af aan weer op. Misschien toch verstandiger je familie niet ondergronds op te sluiten. Tenzij je graag op de voorpagina belandt.

woensdag 5 januari 2011

REACTION PAPER - WEEK 02

MIJN DIGITAL LIFE
Je houdt ervan of je haat het.. Social media. Tijdens het hoorcollege wordt gehyved. Politici twitteren er op los. Op kantoor wordt meer gefacebooked dan gewerkt. YouTube, LinkedIn, MySpace en ga zo maar door. Social media zijn er altijd en overal. Gezamenlijk zijn ze voor een groot aantal wereldburgers verantwoordelijk voor uren aan online tijdverdrijf. Facebook heeft in de Verenigde Staten koploper Google van zijn troon gestoten en werd de meest bezochte website in 2010¹. In ons eigen land is de smoelensite het afgelopen jaar gegroeid met vijftig procent aan nieuwe profielen. En ondanks dat zijn oranje polderversie dit jaar tevreden moest zijn met drie procent minder bezoekers dan 2009, hebben ook de kornuiten van Hyves opnieuw groot succes en met acht miljoen unieke profielen nog steeds bijna de helft van alle Hollanders in hun greep². Ik ben iemand die een hekel heeft aan social media. Of beter geformuleerd; ik haat het zelfs. En niet zomaar haat. Nee, ik haat het uit de grond van m’n hart.. Omdat ik, net als honderdduizenden anderen wereldwijd, keihard verslaafd ben aan mijn digital life.
De opkomst in sociale media begon voor mij zo’n vijf jaar geleden. Het was in de zomer van 2005 toen ik mijn eigen Hyves-pagina lanceerde. Maar digitalisering van oude media vond al lang voor mijn verhyving plaats. In het najaar van 1999 was RTL een van de eerste die via livestreaming Big Brother’s Bart, Ruud en Bianca niet langer alleen via de beeldbuis onze woonkamer binnenknalde. De uit de samenleving gerukte hoofdrolspelers konden tegen een kleine vergoeding door jan en alleman dag in dag uit worden bespied. Een knaller van een succes voor tv-baas John. In rap tempo volgden andere media. Er werd meer en meer geëxperimenteerd met de eindeloze mogelijkheden op het gebied van online media. Archieven werden gedigitaliseerd, live-uitzendingen kwamen via desk- of laptop beschikbaar en ook radio ging het web op. Terugkeren naar de tijd waarin alleen IT-nerds met een toetsenbord overweg konden is inmiddels ondenkbaar.
De mate waarin digitalisering zich in ons dagelijks leven heeft genesteld is iets waar veel mensen waarschijnlijk niet of nauwelijks bij stilstaan. Het lijkt langzaamaan door te dringen als een van de belangrijkste levensbehoeften, ondanks dat het belang ervan aan velen voorbij gaat. Een leven zonder eten, drinken en slapen bestaat niet. Maar kunnen we vroeg of laat überhaupt nog wel zonder internet, smartphone, tablet, GPS of OV Chipcard?
Alle mogelijkheden die de digitalisering van diensten en producten om ons heen met zich mee heeft gebracht, kennen veel voorbeelden welke op het eerste gezicht als prettig en positief worden ervaren. Zo was er in de startfase van de OV chipcard nogal wat te klagen over de veiligheid, privacy en fraudegevoeligheid van de nieuwe pas. Waarom veranderen als het oude prima werkt? Maar hoe makkelijk is het nu dat zowel de reiziger als de treinconducteur of buschauffeur niet meer hoeft te rekenen. Niet ieder kwartier meer het klokje op zijn stempel hoeft bij te stellen. Niet meer naar de supermarkt voor een strippenkaart of onnodig een duurder kaartje kopen in het openbaar vervoer. Nee, opladen, inchecken, uitchecken en klaar ermee! Of voorin inchecken en achterin meteen weer uit. In de bus of tram, op treinstation of in de supermarkt.. Simpelweg overal. Een ander voorbeeld. Hoe klein wordt de wereld als ik mijn Spaanse amigos voor niets kan spreken en zien via Skype, MSN of Facebook. Een vliegticket is niet langer nodig. Hoge telefoontarieven overigens ook niet. Uit het oog, uit het hart is er niet langer bij. Opnieuw mogelijk gemaakt dankzij digitalisering! En nog eentje dan; de foto’s uit mijn kindertijd liggen verkleurd en verstoft in een oud, vies en loodzwaar plakboek ergens in een kast boven op zolder. Een boek waar ook foto’s in zijn geplakt van mijn broer en zus, mijn nichtjes en mijn vrienden van school, sport of vakantie. Maar er is maar één plakboek, dus delen zit er even niet in. Alle foto’s die ik vanaf 2003 heb gemaakt, na aankoop van mijn eerste digitale camera, staan veilig geordend opgeslagen op mijn laptop en als backup op een externe harde schijf. Foto’s die niet verloren zullen gaan tijdens een brand. Foto’s die ik in een klik kan delen met m’n nicht uit Australië of m’n oom in de Achterhoek. Foto’s die nooit meer zullen scheuren of verkleuren.. Hè, wat fijn! Mijn digitale leven is overal.
En toch maak ik me zorgen. Zorgen rondom de digitalisering van ons leven. En dan niet zozeer om de overgang van LP naar CD naar MP3. Of die van VHS naar DVD naar Blu-Ray. Of die van 1D naar 2D naar 3D. Nee, het grootste gevaar van digitalisering is de afbreuk van ons sociaal vermogen. Iemand op straat aanspreken en vragen naar de juiste richting is er niet meer bij. Daar hebben we de TomTom voor. Of een leuk gesprek voeren op iemands verjaardag met een vriendin van de Jarige Job, die elke tien seconden wordt gestoord door de rode Pinglamp op haar BlackBerry. Irritant! Of een ouderwetse discussie in het café waarbij niemand precies meer weet hoe die presentator van vroeger heette. Met Google in ieders zak is gissen naar het antwoord er niet langer meer bij. Best jammer.
Naar welk niveau daalt ons sociaal vermogen als we ons alleen nog maar focussen op typmiep-communicatie en emoticons. Easy smiley’s die zeker niet opwegen tegen mijn gezichtsuitdrukking en intonatie. Jan die feestfoto’s van alleman online zet, waar alleman met z’n neus in de sos hangt. Daar gaat je sollicitatie! Of het achterblijven van je sociale ontwikkeling. Omdat je welke informatie dan ook heus niet zelf hoeft te onthouden als je van Wikipedia je nieuwe Best Friend Forever maakt. We beginnen meer en meer waarde te hechten aan digitale communicatie. Omdat het makkelijk en goedkoop is. Maar we vergeten onze eigen ontwikkeling en maken onszelf met de dag dommer. Alles zoek je op. Of het nou geschiedenis, nieuwsberichten, routebeschrijvingen of weersverwachtingen zijn. Onthouden is er niet meer. Dus ook al lijkt het handig dat mevrouw straatpiraat zich nu ook zelfstandig een baan richting wherever kan navigeren.. Wat als haar vriendje TomTom uitvalt? En ook al voelt uren op Facebook als het onderhouden van je vriendschappen.. Wat als je internetverbinding plat gaat en jij eenzaam thuis in bed ligt? En wat als je vieze buurman jouw vakantiefoto’s op het strand of je afgeschermde telefoonnummer kan bekijken, omdat jij zijn vriendschapsverzoek uit beleefdheid maar hebt geaccepteerd? Iehhhh.. vies!
Op het eerste gezicht lijkt digitalisering vooral leuk en reuze handig. In veel gevallen gaat dat ook op en maakt internet ons leven een stuk makkelijker. Maar hoe ons sociale leven wordt gedigitaliseerd blijft voor mij een afknapper. Zojuist vond ik het Facebook-profiel van een buurjongetje van mij, Glenn, die zeker vijftien jaar geleden met zijn familie is vertrokken uit de straat. Ik vind het grappig om te zien hoe hij er vandaag de dag uit ziet. Laren is tegenwoordig zijn woonplaats. En voor een moment twijfel ik even of ik hem wel of niet een vriendschapsverzoek zal sturen. Voegt het iets toe aan de waarde van mijn leven als ik hem ‘befriend’? Je kan vijfduizend vrienden maken, terwijl ik er 'pas' 331 heb.. En hoe groot is de kans dat hij weer langs komt in de straat om een potje buskruit te spelen? Die tijd is allang geweest, dus ik acht de kans minimaal.. Zal het hem überhaupt interesseren hoe het met mij gaat? Hij heeft mij tot op de dag van vandaag toch ook niet opgezocht of toegevoegd.. Ik denk aan de generatie van mijn moeder. Of die van mijn oma. Zij hebben zich prima gered zonder internet of Facebook. Is het een groot gemis voor hun dat zij basisschoolvrienden niet meer spreken of zien? Ik denk het eigenlijk niet. Want vrienden komen en gaan. En als het goed is, maak je dan weer nieuwe vrienden. Die na verloop van tijd ook weer gaan.. Of juist blijven. Ach, ik vind het wel weer genoeg zo. Mijn dagelijkse dosis 100 minuten Facebook zit er op. En Glenn? Ik besluit hem niet te kronen tot vriend nummer 332. In plaats daarvan open ik naast de knop ‘Vriendschapsverzoek verzenden’ het laddertje ‘Account’. Ik scroll omlaag.. ‘Afmelden’, punt.

maandag 3 januari 2011

REACTION PAPER - WEEK 49

UITDAGINGEN VAN DE CREATIEVE INDUSTRIE


‘De 19e-eeuwse schilder Alma Tadema zei: ‘Zolang ik schilder, ben ik kunstenaar. Als het af is, ben ik zakenman’.
Kunst en commercie, podium en publiek zijn geen gescheiden werelden. Archieven en theaters, concertzalen en musea verlenen diensten aan publiek. Zij vervullen een belangrijke rol in de maatschappij. Sinds de jaren zestig is de cultuursector steeds meer op de overheid gericht geraakt. De overheid heeft het particulier initiatief niet zozeer aangevuld, maar overgenomen. In de driehoek overheid-cultuur-publiek is te veel bedrijvigheid op de lijn overheid-cultuur en te weinig op de lijn cultuur-publiek. We staan voor een omslag. Ik wil meer ruimte geven aan de samenleving en aan particulier initiatief. Een gezonde cultuursector is zo min mogelijk afhankelijk van de overheid’. Aldus Halbe Zijlstra, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, op 6 december 2010.¹
Nederland begeeft zich op cultureel gebied de laatste tijd in woelig vaarwater. Doordat de overheid decennia lang een groot aandeel heeft gehad in financiering van de sector, is de culturele industrie zeer afhankelijk geworden van de subsidies. En door de aanhoudende economische crisis zijn de plannen van het nieuwe kabinet om op cultureel gebied veel te bezuinigen creatievelingen een doorn in het oog. Een van de meest recente protestacties tegen de verhoging van BTW op de podiumkunst (concert- en festivalkaartjes) was een overwinning van korte duur en bleek niet meer te zijn dan een halfjaar uitstel van executie. De belastingen gaan toch wel omhoog, van zes naar negentien procent.
Het is jammer dat ik de afgelopen tien jaar niet voldoende kennis heb genomen van politiek beleid en besluitvorming. Maar bij ieder nieuw kabinet of bij iedere nieuwe wetswijziging lijkt het volk altijd de pineut en de overheid de boeman die er met de centen van het volk vandoor gaat. Alles wordt duurder en de bezuinigingen op de cultuursector gaan het daarom voor de burger opnieuw niet goedkoper maken. Maar dat er bezuinigd moet worden is een gegeven waar niet aan ontkomen kan worden. Zo ook de creatieve sector niet.
Door de eerdergenoemde protesten die eind november onder het motto ‘Nederland schreeuwt om Cultuur’ plaatsvonden, gaven een eenzijdig beeld waardoor leek dat politiek Den Haag geen cent meer wilde steken in behoud, ontwikkeling of diversiteit van onze kunst en cultuur. Een onterecht beeld omdat onder andere ontwikkeling en ontdekking van nieuw talent én het cultureel erfgoed nog voor de volle honderd procent op steun van de overheid kunnen rekenen. Ook bibliotheken, musea, muziek- en kunstinstellingen, uitgaanslocaties en festivalorganisaties zullen niet van de ene op de andere dag in de kou komen te staan. Maar de subsidieverstrekking wordt aan banden gelegd en zal kritischer worden beoordeeld op onder andere belangrijke punten als bezoekersaantallen, een eerlijke verhouding tussen eigen inkomsten uit ondernemerschap en subsidies van de overheid en toegankelijkheid voor kinderen en jongeren. Niet om te pesten, maar omdat het moet!
De sector wordt gevraagd creatief om te gaan met de aangekondigde bezuinigingen en naar gepaste oplossingen te zoeken. Een lagere subsidie van de overheid hoeft daarom dus niet direct een stijging in entreekaarten te betekenen. Maar door bijvoorbeeld een lidmaatschap aan te bieden voor een substantieel bedrag, kan de instelling aantrekkelijke voorwaarden en privileges geven aan hen die de club graag supporten. Zo is het International Film Festival Rotterdam (IFFR) dit jaar begonnen met een festivalkaart die voor vijfentwintig euro gekocht kan worden. Eenmaal in bezit van deze kaart krijgt de eigenaar recht om een dag voor de reguliere kaartverkoop al tickets te reserveren. Een zeer aantrekkelijk aanbod voor liefhebbers van het IFFR, een financiële impuls voor de organisatie om bezuinigingen te overzien en het perfecte voorbeeld van wat Halbe Zijlstra graag stimuleert.
Op wandelafstand van waar het IFFR-comitee huishoudt, staat het inmiddels leegstaande pand van Rotterdams voormalig uitgaansoogappeltje WATT. Dat wat hét nieuwe poppodium van Rotterdam had moeten worden, hield het ondanks de hoge verwachtingen nog geen twee jaar vol. Met een schuld van 1,8 miljoen euro werd de boel vlak voor de zomer van 2010 dichtgetimmerd. Wat dat betreft is WATT het voorbeeld van een zinkend schip dat buiten de gemeentelijke haven om niet voldoende kon rekenen op mankracht of financiële hulp van buitenaf. Enkel en alleen de demonstratie ‘WATT moet blijven!’ bleek niet voldoende. Ondanks de steun van jongeren uit de Maasstreek en de grote opkomst bij de demonstratie om de club te behouden, is het begrijpelijk dat een uitgaansgelegenheid niet financieel afhankelijk mag zijn van enkel lokale subsidie.
Dat de gemeente Rotterdam daarom na ruim anderhalf jaar gesteggel de geldstekker uit de draaitafels trok is hartstikke zonde, maar niet meer dan rechtvaardig. Investeerders, adverteerders, belanghebbenden en fans of vaste gasten moeten in soortgelijke situaties samenkomen en een blok vormen om mede zorg te dragen voor de financiële situatie van hun instelling, stichting, club of uitgaansgelegenheid. Zoals die van het Amsterdamse Paradiso of ’t Paard van Troje in Den Haag. Een blok van  terugkerend publiek en een solide naamsbekendheid welke van groot belang is voor continue populariteit. Een blok dat creatief omgaat met het genereren van extra inkomstenwerving, welke zo succesvol is dat men het hoofd zonder problemen boven het water weet te houden.
De vergelijkbare bezuinigingssituatie die de overheid de komende drie jaar in werking gaat stellen krijgt daarom mijn steun. Zowel omdat bezuinigen in elke sector plaats gaan vinden, dus ook in de creatieve sector, alsmede door de te grote mate waarin onze cultuurinstellingen afhankelijk zijn geworden van subsidie. Laten we in plaats van klagen daarom protesteren. Een pro-protest onder het mom ‘Nederland geeft om Cultuur’!